Ontstaansgeschiedenis

De Etnografische Verzamelingen van de Universiteit Gent ontstonden uit twee instellingen. Het Musée des Antiquités de l’Université de Gand verwierf in 1825, 1826 en 1829 een reeks Javanica aangevuld in 1895 met pre-Columbiaanse objecten. Het biogeografisch instituut onder leiding van Prof. C. De Bruyne verwierf tussen 1903 en 1908 naast pre-Columbiaanse, ook voorwerpen  uit Afrika en Melanesië. In 1926 werd onder leiding van Prof. P. Van Oye een afzonderlijk ‘Etnografisch Museum’ opgericht waarin de kernverzameling werd ondergebracht.

  • 1825 Eduard De Bast schenkt een kleine reeks “Javanica
  • 1826,1829 Baron van Geen schenkt sculpturen en wapens uit Java en Sulawesi aan het Musée des Antiquités de L’Université de Gand
  • 1895 prof. De Ceuleneer verwerft een verzameling precolumbiaans aardewerk uit centraal Amerika voor het Museum voor Kunst en Oudheidkunde
  • 1905 prof. De Bruyne koopt ‘dubbels’ aan uit het Berlijnse Museum für Völkerkunde, afkomstig uit Oceanië en Afrika voor het “Institut de Biogeographie
  • 1926-1928 prof. Van Oye scheidt de naturalia en artificialia van het Institut de Biogeographie en legt de basis voor het Etnographisch Museum
  • 1937 prof. Olbrechts voegt het “Etnographisch Museum” en het Musée des Antiquités de L’Université de Gand samen tot het Museum voor Volkenkunde. Door in situ te verzamelen tijdens de Ivoorkust-expeditie (1938/1939),door ruil, schenkingen en aankoop, bouwt hij zijn ‘museum’ verder uit.
  • 1968 Dit musée phantôme of krattenmuseum krijgt eindelijk een permanente opstelling in het gebouw dat Van de Velde hiertoe ontwierp: Museum voor Oudheidkunde en Etnografische Verzamelingen
  • 2002 De Etnografische Verzamelingen worden –samen met de Archeologische Verzamelingen– ondergebracht in cultuur- en congrescentrum ‘Het Pand’
  • 2011 De Etnografische Verzamelingen breiden opnieuw uit dankzij een schenking en een langdurige bruikleen. Hierdoor verdubbelt het aantal voorwerpen bijna. In Onderbergen 4D wordt een nieuwe depotruimte, annex bureau ingericht.

Historiek van de Etnografische Verzamelingen

Het ‘krattenmuseum’ van Prof. F. Olbrechts

Het is Prof. F. Olbrechts, oprichter van wat de afdeling Etnische Kunst heette, die ervoor zorgt dat de verzamelingen serieus uitbreiden. In 1937 brengt hij, als didactisch materieel voor zijn studenten van het ‘Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde’ (HIKO), een reeks kunstwerken en etnografica samen in een ‘Museum voor Volkenkunde’.

Door aankoop en schenking verwierf hij heel wat Centraal-Afrikaanse  objecten, voornamelijk uit voormalig Belgisch-Kongo. Hij zette in 1938 de ‘Ivoorkust-Expeditie der Rijksuniversiteit Gent en van het Vleeschuis-Museum te Antwerpen’ op touw. Hierdoor werd het museum met een aanzienlijk aantal West-Afrikaanse kunstobjecten verrijkt. Hij verwierf ook een reeks indiaanse voorwerpen uit het Denver Art Museum (Colorado, U.S.A).

De eerste museale opstelling in het Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde

Olbrecht’s opvolger Prof. P.J. Vandenhoute kreeg in 1958 de directie over de verzamelingen. Hij realiseerde een waardige expositieruimte  die destijds door architect  H. Van de Velde als museumruimte was ontworpen. De plechtige opening van de ‘Etnografische Verzamelingen’ was in 1968. De collecties werden uiteindelijk een bruikbaar didactisch apparaat bij het onderwijs van de studenten in de etnokunst.

De huidige locatie

In 2002 zijn de verzamelingen overgebracht naar ‘Het Pand’. Deze locatie bood de mogelijkheid om een meer aan de huidige tijd aangepaste opstelling te realiseren. De voorwerpen behoren tot wat nu ‘World Art’ genoemd wordt. Pre-Columbiaanse voorwerpen worden getoond als historische inleiding. De overige objecten dateren voornamelijk uit het einde van de 19e en begin van de 20 ste eeuw. De opstelling is gerangschikt rond een thematische opstelling die de leiddraad door de tentoonstellingsruimte vormt: mens en religie, vriend en vijand, decoratie en lichaamstooi, materiaal en techniek.

De toekomst?

Er zijn plannen in de maak om een nieuw universiteitsmuseum op te richten in het gebouw naast de plantentuin in de Ledeganck. Hierin kunnen verschillende universitaire collecties worden gepresenteerd