De Amerika's - een stukje geschiedenis

De Amerikaanse hoogculturen

Omstreeks 500 vóór Chr. ontstonden, zowel in Mesoamerika als in de Andes, beschavingen die als ‘hoogculturen’ worden bestempeld. Zij onderscheidden zich van de kleinschalige zogenaamde tribale samenlevingsvormen door hun stedelijk karakter, een gecentraliseerde politieke macht en een hiërarchische maatschappijstructuur. Aan het hoofd van deze samenlevingen stond een vorst, gesteund door een elite van krijgers, priesters, kunstenaars en gespecialiseerde ambachtslui. Een dergelijke arbeidsspecialisatie was mogelijk dankzij een intensieve landbouw gericht op het produceren van overschotten door het overgrote deel van de bevolking.

Deze hoogculturen, waarbij we vooral aan de Azteken, Maya’s en de Inca’s denken, waren het resultaat van een lange evolutie. Kleinschalige landbouwersnederzettingen (de pre-klassieke tijd: 1000 vóór Chr.– 300 na Chr.) ontwikkelden zich geleidelijk tot dichter bevolkte regionale stadstaten (de klassieke tijd: 300-900) om dan korte tijd vóór de komst van de Spaanse veroveraars  uit te groeien tot gecentraliseerde rijken die door militaire veroveringen hun macht over uitgestrekte gebieden wisten uit te breiden (de post-klassieke tijd: 1000-1500).

Noord-Amerika

Algemeen wordt aangenomen dat de inheemse bewoners van Amerika oorspronkelijk uit Noordoost-Azië komen. Gedurende de laatste ijstijd, grosso modo tussen 40.000 en 20.000 jaar geleden, trokken zij als nomadische jagers op groot wild in verschillende golven over de toenmalige landbrug tussen Siberië en Alaska. Deze Paleo-indianen verspreidden zich al vlug over het hele continent. Elke groep pastte zich aan het klimaat en de natuurlijke omgeving aan. Men leefde in kleinschalige zogenaamde tribale samenlevingsvormen.

Hoeveel verschillende groepen er in Noord-Amerika woonden vóór de komst van de Europeanen is moeilijk te zeggen. Zeker is dat er ongeveer 300 verschillende volken leefden die talen spraken die tot 13 verschillende taalfamilies behoren. De ontmoeting met de blanke kolonisatoren heeft voor deze indianen, die zichzelf nu native Americans noemen,dramatische gevolgen gehad. Door bloedige oorlogen, epidemische ziekten en een gedwongen reservaatsleven was hun aantal bij het begin van de 20ste eeuw tot ongeveer 200.000 teruggelopen.

Het algemeen verspreide cliché dat zij een uitstervend ras waren, is echter niet juist gebleken. Vandaag zijn er ongeveer 2.000.000 native Americans in de Verenigde Staten geregistreerd en 500.000 in Canada, maar de werkelijke bevolkingsaantallen liggen waarschijnlijk stukken hoger. Dit heeft alles te maken met de dubbelzinnige en omslachtige procedures om zich officieel als native American te laten erkennen.

Hoewel de problemen van armoede en sociale uitsluiting zowel op de reservaten als in de steden nog zeer groot zijn, beleven de native Americans sedert de jaren 1970 een culturele heropbloei. Bij de jongere generaties groeit het etnische bewustzijn. Er is opnieuw belangstelling voor de oude tradities. Op politiek vlak wordt geijverd voor emancipatie en zelfbeschikking.